Nr. 3 van 10: Deel I ‘Onze snelweg’

Opeens staan ze daar. In de berm  van de weg. Zes man sterk, bezig een groot tijdelijk verkeersbord omhoog te torsen en in de grond te verankeren. Om het bord hangt nog een doek. De onthulling is aanstaande maar niet vandaag. Het is de afronding van het voorspel dat zich de afgelopen maanden voor onze ogen heeft afgespeeld.

Vlak voor de zomervakantie verrezen, langs de snelweg Tanger-Casablanca die vlak langs ons huis loopt, ter hoogte van de grote supermarkten Marjane en Aswak As Salam, twee grote borden met indrukwekkende artist impressions; de verkondigers van een groot infrastructureel project.  Terwijl in die laatste weken van de zomervakantie vlak achter de huizen die direct aan de weg grenzen graafwerkzaamheden beginnen, proberen wij iedere keer als we langs de borden rijden te zien wat er staat te gebeuren. Het gevoel bekruipt ons dat de snelweg verbreed gaat worden en dus dichter op de huizen komt te liggen en dus dichter bij ons komt. Geen inspraakavonden, participatieprocessen met bewoners, geen zorgen om geluidscontouren, milieuzones of draagvlak. Ik zie vooralsnog ook niet dat er ruimte is ingeruimd voor een geluidswal. Het kan ook zo. 

Die zorg over wegverbreding is niet geheel ongegrond als de grote graafmachines van stal worden gehaald en hun grauwende motoren gedurende enkele weken duidelijk het ons vertrouwde snelweggeluid overstemmen en storend bij ons binnenkomen. De snelweggeluiden zijn al vrij snel na onze aankomst weggeëbd  tot vertrouwde achtergrondgeluiden, waar we moeiteloos doorheen slapen. Af en aan rijdende vrachtwagens met afgegraven grond en graafmachines vormen in deze eerste weken een dissonant in een anders monotoon voortrazend snelweggeluid. 

We moeten nu toch eens zeker weten wat hier gaat gebeuren en tijdens het hardlopen besluit ik langs de snelweg terug te lopen en één van de borden te inspecteren. Terwijl het verkeer langs mij raast, kijk ik in alle rust in de berm van de snelweg naar het metershoge bord. De snelweg wordt verdiept aangelegd. Twee kruispunten worden daarmee ontlopen en geven een snellere doorstroming van het snelwegverkeer. Naast de snelweg komen ook wegen voor het lokale verkeer en bovengronds blijven de kruispunten in tact, maar omgebouwd tot rotondes.. 

Gelet op het immense aantal vrachtwagens dat via deze snelweg noord- of zuidwaarts dwars door Rabat jakkert, is deze stap goed te begrijpen. Scheiding van lokaal en regionaal verkeer is verstandig. Maar wordt als dit deel klaar is ook het vervolg verdiept aangelegd waardoor alle stoplichten op de route kunnen verdwijnen. Wat win je anders met dit project? En waarom nu? Om Rabat is men bezig met de aanleg van een soort rondweg die het doorgaande verkeer van deze snelweg af moet halen. Daarvoor is een werkelijk schitterende tuibrug aangelegd. Nog een jaar en dan moet die snelweg klaar zijn. Waarom zou je dan zo groots in deze weg investeren? 

Het neemt niets weg van de voortvarendheid die tot aan vandaag aan de dag is gelegd. Tijdelijke wegen zijn aan de zijkanten aangelegd, en dus heel dicht langs de huizen, zodat de huidige snelweg kan worden afgegraven.  En deze tijdelijke wegen worden straks de wegen voor het lokale verkeer. Dat neem ik althans aan. Het heeft ook zeker, tijdelijke, voordelen. Zo geniet ik een aantal weken van een superbrede, gladde weg als onderdeel van mijn hardlooproutes.  Geen auto of vrachtauto die mij iets kan doen.

En dan is het dus zover. Zes man staan in de avonduren met man en macht aan een bord te trekken om het omhoog te krijgen.  Als het doek verdwijnt is de tijdelijke weg open voor verkeer en zal met nog meer en groter materieel de ‘oude snelweg’ worden afgegraven. De volgende dag is het al gebeurd. Terwijl Monique op het punt staat om weg te rijden en de jongens hun schoolbus in de verte zien aankomen, kijk ik naar het stokkende verkeer op de snelweg dat zeker vijftien meter dichter aan ons huis voorbij rijdt. De tijdelijke weg is open. En waar ik tot op heden niet over heb nagedacht: hoe is onze wijk dan ontsloten? Monique belt als eerste op: ‘je kunt nu alleen nog maar linksaf de snelweg op. Het hele kruispunt is afgesloten.’

‘ja maar hoe komen we dan terug?’ , vraag ik haar.

‘Ja weet ik veel!’

Het kan toch niet zo zijn dat we niet meer via ons vertrouwde kruispunt de snelweg over kunnen bij de Rue Annekhill? Hebben we een flyer  met tijdelijke verkeersmaatregelen gemist? Zouden we nu echt gewoon alleen nog maar via het punt bij de Aswak As Salam kunnen rijden. Dat is om, veel drukker en een rotpunt. En als iedereen dat moet…… Een binnensmondse vloek. 

Als ik die ochtend zelf op pad moet voor boodschappen, zie ik de vrachtwagens en graafmachines al de eerste kraters slaan in ‘onze oude snelweg’. Het stoplicht is prima afgesteld en laat mij snel afslaan op de snelweg. Maar nu nog terug. Vanuit de Marjane rijd ik richting ons vertrouwde kuispunt dat ik dus niet anders dan passeren kan op weg naar het grote kruispunt bij de Aswak as Salam. Ik zie een bord dat aangeeft dat ik over weer  100 meter linksaf kan slaan naar de andere kant van de snelweg en zo toch op het punt waar ik nu de snelweg oprijd, onze wijk binnen kan rijden. Gewoon een U-bocht in de snelweg! Slim, handig en ik roep hardop in de wagen ‘Yes!’. Er is over nagedacht en het werkt ook. 

We zijn al weer enkele weken verder en de kraters zijn uitgegroeid tot een gapend gat. De verdiepte aanleg krijgt zijn eerste contouren. Zelfs het graafverkeer klinkt in onze slaapkamer inmiddels als ‘muzak’ in een lift. 

En ik? 

Ik ben helemaal gelukkig met mijn U-bocht. Zo relatief is het leven langs een snelweg.

__________________

Nieuwsgierig wachten wij, na de intensieve graafwerkzaamheden van de afgelopen maanden, op wat er gaat komen. Een leger van mannen met gifgroene veiligheidshesjes en – helmen doet zijn intrede op het bouwterrein dat werkt aan de ondertunneling van ‘onze’ snelweg.  Met hen komt een ongehoord grote lading aan ijzerwerk binnen. Binnen een mum van tijd zien wij tonnen aan staal klaarliggen om gevlochten te worden. De ‘ijzervlechters’ zijn gearriveerd. En in de weken die volgen zijn zij het die metershoge wanden van staal in elkaar vlechten. Het staat als een huis en de eerste contouren van hoe de tunnels en de weg zich gaan verhouden worden voor ons zichtbaar. 

In het kielzog van de ijzervlechters komen ook de ‘betonmannen’ binnen. Deze mannen, met hun overbekende cementwagens en de grote ijzeren mallen die om het stalen vlechtwerk worden geplaatst om het beton in te kunnen storten, zijn dag na dag het werk van de ijzervlechters aan het onderdompelen in een muur van beton. Edel handwerk dat een onzichtbare kracht aan de constructie geeft.

Hoe stevig deze ook mag zijn of professioneel deze ook oogt, de manier waarop zij hun werk doen staat daarmee in schril contrast. Het valt mij in het begin nog niet eens zo op, omdat ze hun werk metersdiep beneden in de bouwput verrichten en dat is vanuit mijn auto al langsrijdend nauwelijks waarneembaar. Langzaam maar zeker klimmen zij vanuit het gevlochten fundament meter voor meter omhoog. En logischerwijs hebben ze op enig moment behoefte aan een steiger. En op het moment dat die steiger zichtbaar wordt, slaat mij enige zorg om het hart. De veiligheidsvesten en – helmen ten spijt, ontwaar ik een steigerconstructie die bij het Nederlandse bouwtoezicht nog niet eens neergezet had mogen worden, laat staan dat je erop mag klimmen om metershoog ijzer te gaan vlechten. De steiger met daarop ogenschijnlijk ‘losjes’ een paar planken helt ook licht naar voren, alsof deze leunt tegen de stalen constructie die ze zelf vlechten. En omdat het gehele proces van vlechten tot betonstorten oogt als een geoliede machine, valt dit zo uit de toon. Maar het gaat goed. Meer dan goed eigenlijk en ik zou na anderhalf jaar in Marokko zo langzamerhand beter moeten weten. 

Nog steeds is het mogelijk om de bouwplaats te betreden. We doen het steeds minder, al lijkt ons ook nu niets te hinderen om het te doen. De tijdelijke weg langs de bouwplaats wordt steeds drukker en gelukkig tonen zich hier ook wat barstjes in het, voor mij althans, ingenieuze tijdelijke vervoersplan. De stoplichten staan soms slecht afgesteld, waardoor auto’s die moeten invoegen uit onze wijk soms lang moeten wachten voordat ze in kunnen voegen. Dat betekent dat men na verloop van tijd de stoplichten negeert en zelf invoegt, wat weer tot gevaarlijke situaties leidt. Marokkaans ongeduld en slecht afgestelde verkeerslichten zijn geen gelukkige combinatie voor veilig verkeersgedrag.

De stoplichten zijn zo opgehangen dat ze niet voor iedereen goed zichtbaar zijn. Als vrachtwagens op de rechterbaan in een lange kolonne rijden is voor de automobilisten op de linkerbaan het stoplicht niet meer te zien, daardoor rijden veel automobilisten bij rood door en schieten zij vóór het invoegend verkeer, dat groen heeft, opeens vanachter een vrachtwagen vandaan. Piepende remmen horen we regelmatig maar slechts heel zelden een klap. Gelukkig, maar wonderbaarlijk is het wel. En dan zijn er nog de automobilisten die onbekend zijn met de stoplichten op bepaalde plekken en die dus onverdroten op volle snelheid doorsjezen en daarmee invoegende auto’s de stuipen op het lijf jagen als zij niets  vermoedend door groen rijden. Ook hier nog geen ernstige ongelukken. Het leert ons dat het langzaam optrekken van veel Marokkanen bij stoplichten juist te maken heeft met die onzekerheid over het overige wegverkeer. Niet iedereen staat stil bij rood. ‘Mijn U-bocht’ in de weg werkt nog steeds prima al moet ik ook hier zorgen dat ik niet te snel optrek. Meer dan eens moet ik luid toeterend aandenderend verkeer wijzen op het rode licht. 

En het verkeer begint nu tijdens de spits vol te lopen en bijna vast te zitten. Zeker in combinatie met het enorme vrachtverkeer zorgt dit soms voor een stilstaande of zich traag  voortbewegende massa van verkeer. 

En toch. 

Het werkt. Nergens bekruipt mij het gevoel dat het niet werkt. Toegegeven het werkt niet zoals ik vind dat het hoort te werken, maar dit werkt ook. En waarom niet? Je past je aan, je accepteert, je rijdt soms door rood omdat je het ook zat bent om te wachten. 

En als het echt niet werkt dan zijn er nog agenten die eigenhandig besluiten om als een soort hogere macht in te grijpen. Stoplichten of niet, hun handgebaren bepalen vervolgens wie mag doorrijden en welke stroom auto’s moet wachten. En ook hier heb ik het gevoel dat het helpt, dat ze snappen wanneer ze erin moeten stappen om de verkeersstroom te temmen en wanneer ze de lichten het werk moeten laten doen. Feit is wel dat het een prachtige plek is om verkeersovertredingen te bekeuren. Auto’s worden met een enorme regelmaat gemaand te stoppen. 

Ondertussen vlechten de ijzervlechters door. Gisteren zagen we dat ze de overkapping van de tunnel in elkaar aan het vlechten zijn. Dit wordt nog een schouwspel als al dat vlechtwerk in beton gestort moet worden. Voorlopig genieten we nog van de ijzervlechters en hun werk dat stapsgewijs verdwijnt in het beton en de nieuwe snelweg weer iets dichter bij brengt. Planning volgens de borden met de prachtige illustraties van wat het moet worden: voor de zomer klaar.     

Advertenties

4 gedachtes over “Nr. 3 van 10: Deel I ‘Onze snelweg’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s